| Zef's profileVrijstaat AmsterdamPhotosBlogLists | Help |
Vrijstaat AmsterdamWeblog van Zef Hemel over maakbaarheid |
|||||
|
July 01 Klare taalGelezen in 'De bestorming van het onmogelijke' (2001) van Mariolijn van Riemsdijk:
Mijn oudste dochter vroeg me wat Fluxus was. Dit naar aanleiding van de voorstelling 'Die Kirche der Angst' tijdens het Holland Festival. Daarom doorzocht ik voor haar de boekenkast. Daar vond ik 'De bestorming van het onmogelijke'. Dat boek gaat over de geschiedenis van Max Reneman, de Keerkring en de collectieve verbeelding van een generatie Amsterdamse kunstenaars, waaronder de onlangs overleden Robert Jasper Grootveld, in de jaren zestig en zeventig. Boeiend.
Fluxus vond ik er, maar waar m'n oog op viel was de actie 'Nederland is bijna klaar' uit 1973. Ik ging terug in de tijd. Twee jaar later zou ik planologie gaan studeren, en ineens voelde ik me weer deelgenoot van dat merkwaardige verleden. Inderdaad, iedereen dacht toen dat Nederland bijna af was. De Amsterdamse kunstenaars maakten er een hilarische act van. Ze reden op vijftig solexen door Nederland tijdens een tiendaagse veldtocht. De expeditie begon in Lunteren, in het middelpunt van Nederland. "'s Nachts, bij het licht van de volle maan werden in een zandafgraving het Hart van Nederland en het Gat van Nederland ontdekt." (...) "De volgende ochtend kreeg het gezelschap bezoek van de politie die naar de leiding vroeg. Geduldig legde Jasper Grootveld uit dat er geen leiding was, dat iedereen over alles meebesliste. Toen het tijd werd om verder te trekken, ontstond er binnen de groep onenigheid over de te volgen route. Na enige manipulatie van Jasper Grootveld bezocht het gezelschap de Echoput bij Apeldoorn, waar het de vraag stelde: 'Is Nederland bijna klaar?' In klare taal antwoordde het orakel: 'Klaar'." En dan gaat het verder. "Het gezelschap vertrok uit Friesland over de Afsluitdijk naar Noord-Holland. Volgens de deskundologen had het onderzoek tot dan toe aangetoond dat Nederland bijna klaar was, maar Friesland nog niet helemaal."
Onder dat gesternte ging ik dus planologie studeren. Ik kon het m'n dochter niet meer uitleggen. Maar ik had weer een stukje vrijdstaat gevonden. Globalisering?Gelezen in 'Globalization. A Critical Introduction' (2005) van Jan Aart Scholte:
Gisteravond Ronald Venderbos gesproken. Ronald is directeur van de Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer van Amsterdam. Van huis uit is hij politicoloog. Als een van de weinige alliantiedirecteuren was hij in mei niet meegeweest naar New York en had dus niet mijn verhaal gehoord over de economie van de stad. Na afloop had hij wel de afwijzende reactie opgemerkt van de andere directeuren op mijn New Yorkse verhaal. Ik dacht terug aan de heftige emotie rond mijn relativering van globalisering. Die werd gezien als bezijden de waarheid en ook ondeugdelijk om er beleid op te funderen.
Thuisgekomen herlas ik Jan Aart Scholtes introductie op globalisering. Iedereen heeft het over globalisering, schrijft hij. "Yet, if asked to specify what they understand by 'globalization', most people reply with considerable hesitation, vagueness, and inconsistency. Moreover, much discussion of globalization is steeped in oversimplification, exaggeration and wishful thinking. In spite of a deluge of publications on the subject, analyses of globalization tend on the whole to remain conceptually inexact, empirically thin, historically ill-informed, economically and/or culturally illiterate, normatively shallow, and politically naïve."
Troostende woorden zijn het. Maar het helpt allemaal niet als mensen geen kennis willen vergaren en in onwetendheid willen blijven leven. Venderbos had een oplossing. Ik moest bewegelijker zijn, minder star. Waar ik stop, zou hij juist willen doorgaan. Ik grijp intussen naar een ander boek dat ik weer wil lezen. 'Animal farm' van George Orwell. June 28 Solar FreiburgGelezen op Citiwire.net van 31 mei 2009: Terwijl de Amsterdamse politiek haar wethouder van milieu, Marijke Vos, het leven zuur maakt, maakt de stad Freiburg in Baden Württemberg furore met de uitvoering van plannen die ook Vos op haar lijstje heeft staan. Door de onrust rond de opwarming van de aarde is het ruim 200.000 inwoners tellende Freiburg ineens in de internationale belangstelling komen te staan. Zelfs de Amerikanen hebben de Zuidduitse stad ontdekt. Waarom lukt het daar wel en in Amsterdam niet? Omdat de bewoners van Freiburg in de jaren zeventig zich met succes hebben verweerd tegen de komst van een kerncentrale. "Even after the plant was cancelled, they stuck together, agreeing it wasn’t enough to say what they opposed — they had to explore where they would get their future electricity, power, heat. Would it be solar, or wind, or geothermal? Could it happen with no nuclear power, with radically less oil and coal?" Aldus de Amerikaanse journalist Neil Pearce op zijn blog, Citiwire.net. "It was an open debate. Professors came to the town plaza to discuss arrays of energy strategies. Special research institutes were founded — among them an EcoInstitute to look into such issues as reduced household consumption through energy-efficient construction and appliances. Also founded in Freiburg: the Fraunhofer Institute for Solar Energy Systems, now Europe’s largest solar research energy body with a 500-person staff. A visitor is exposed to exciting solar razzle-dazzle in Freiburg today — some 1,000 solar panels on building rooftops and facades, 2,400 square meters of solar cells atop a city stadium, and a solar tower at the railway station, its mixture of glass and 240 embedded solar panels glistening in the sun. It’s taking time for solar to satisfy more than a fraction of Freiburg’s city energy demands. But it keeps growing because of a crucial incentive — the legal right of homeowners and businesses to feed excess power back into the local power grid, at an attractive rate of return, on a multi-year basis. Germany as a whole is following the Freiburg lead, investing billions in photovoltaic research to become one of the world leaders in solar panel production and installation." “We do trips into the future,” says Juergen Hartwig, a founding partner of “Freiburg Futour” which explain’s Freiburg’s breakthroughs to visitors. Environmentalists like himself, he notes, are no longer scoffed at as impractical idealists who wear two sweaters in winter; today not only Germany’s “Greens” but the main political parties have come around to support solar and other energy alternatives, because they’re profitable, and because they provide the county with some 250,000 jobs. Freiburg keeps expanding its energy saving alternatives. Town center is an expansive vehicle-free pedestrian zone, one of Germany’s first, with refreshing foot-wide fresh water canals running along the streets to provide natural cooling and add ambiance. There’s a robust, growing public transit system of electric trams and buses. The city’s advanced water systems include grassy swales to percolate rain water into the aquifer while sewage waste is collected in a biogas plant together with organic household waste for electric power generation." Volgens Pearce is de woonwijk Vauban het meest radicale voorbeeld van een ecologisch verantwoorde inrichting. De wijk - een naoorlogs barakkenkamp van de Franse bezettingsmacht - kent geen parkeren op straat, wordt doorsneden door fietspaden, kent een gavanceerd systeem van regenwaterafvoer, wordt voorzien van energie uit fotovoltaische cellen. "Seventy percent of Vauban’s 5,000 residents don’t own an automobile at all; many sold a car to move into the neighborhood and now rely on a car-sharing scheme (like ZipCar in the United States) for excursions." Zeg maar, het is een soort Utrechtse Houten, maar dan ambitieuzer, meer bij de tijd. Als het goed is, komt de burgemeester van Freiburg dit najaar naar Amsterdam. Om te spreken op het Wibaut-congres, op 1 & 2 oktober, in de Westergasfabriek. Dan eens kijken hoeveel Wibauten de Amsterdamse politiek nog kent. June 26 OntstedelijkingGelezen in 'The Lost Massey Lectures' (2007) i.c. Paul Goodman:
Gisteren gesproken bij de opening van een nieuwe vestiging van het Bureau Stedelijke Planning in Amsterdam aan het IJ. Het onderwerp: verstedelijking en uitdijende centra. Ik zei dat ik niets met de term 'verstedelijking' aankon. Wat wordt eronder verstaan? In Nederland komt het veelal neer op ont-stedelijking.
Thuisgekomen knaagde er iets. Ineens bedacht ik me. Had ik niet onlangs de Canadese Massey Lectures gekocht vanwege een lezing van Jane Jacobs? Al bladerend stuitte ik min of meer toevallig op een lezing van Paul Goodman, getiteld 'The Moral Abiguity of America'. De lezing dateert van 1966. Goodman, gestorven in 1972, was een Amerikaanse schrijver en sociaal criticus uit New York. Zijn lezing gaat over 'Urbanization and rural reconstruction'. Ik lees hem opnieuw.
Verstedelijking, schrijft Goodman, vloeit niet noodzakelijkerwijs voort uit technologische ontwikkeling. Integendeel, je zou dan eerder ontstedelijking verwachten. Sterker, ontstedelijking werd als toekomstperspectief ook aangenomen door mensen als Marx, Engels, Kropotkin, Geddes, Frank Lloyd Wright en andere liefhebbers van moderne technologie. Ook, schrijft Goodman, is verstedelijking geen noodzakelijk gevolg van bevolkingsgroei. Toch groeien de Amerikaanse steden. Waarom? Goodman denkt dat het niet natuurlijke en sociaal-psychologische redenen zijn, maar politieke. "The remarkable increase in technical efficiency could just as well prduce rural affluence or a co-operative society of farmers and consumers."
Ongelooflijk, zo negatief Goodman over grote steden schrijft. Het is 1966. In Nederland was dat negativisme niet anders. Maar dan komt het: "Another term that has vanished from planning vocabulary is 'city'. There is no longer a science of city-planning but a science of urbanism, which analyzes and relates the various urban functions, taking into account priorities and allocating available finances." Deze man, en vele anderen, hadden de grote steden dus eigenlijk opgegeven. Verstedelijking ging door, maar kwam neer op het groeien van niet-stad - suburbanisatie. Voorzover er nog steden groeiden, was dat een politiek keuze. Ongelooflijk hoe ver weg dit allemaal lijkt.
Maar in het gezelschap van genodigden van het Bureau Stedelijke Planning, afkomstig uit heel Nederland, leek men nog te geloven dat Paul Goodman het bij het rechte eind had. Ze leken nog te leven in 1966. Vreemd. Het was alsof ik ver terug ging in de tijd. Alsof Amsterdam zich in een andere tijdzone bevindt. June 24 Vrije wilGelezen in De Volkskrant van 24 juni 2009:
Fraai motto voor de Amsterdamse inzending van de komende Architectuur Biënnale gevonden. Hij is afkomstig van de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Het motto luidt: "Verlichting is de bevrijding van de mens uit zijn zelf opgelegde onmondigheid. Durf te weten!" Dat adagium is nog verbluffend actueel.
Vooral die zelf opgelegde onmondigheid waaruit mensen zich moeten bevrijden. Nog steeds zijn er mensen die twijfelen aan de eigen vrije wil. Ze voelen zich slachtoffer, onmondig, ingekapseld door regelgeving, wetten, het niet kunnen, het niet mogen, de wereldproblemen, de grote aantallen, de onmacht enzovoort. Bevrijding uit dit zelf opgelegde keurslijf, dat is verlichting.
En dan dat 'durven weten'. In het internettijdperk klinkt het bijna belachelijk. Alles kan je weten. Maar je moet het wel durven.
Waarom zou je niet durven? Peter Giesen in De Volkskrant: "Hoe meer de mens van zichzelf wist, hoe minder hij in de vrije wil ging geloven. Sigmund Freud wees op onbewuste driften, Karl Marx op economische belangen. Sociologen spinden het individu in een web van sociale verhoudingen. De jongste aanval komt van neurowetenschappers die gedrag verklaren uit hersenprocessen waar de vrije wil niet aan te pas komt." Durven dus! June 23 DroomoordenGelezen in 'Dromen van Cocagne' (1997) van Herman Pleij:
B+B, het landschapsarchitectenbureau aan de Keizersgracht, begon erover in een intrigerende presentatie over de Sloterplas voor de komende architectuurbiennale. Ineens viel mijn oog op een boek in De Slegte dat gaat over Cocagne, het laatmiddeleeuse paradijs. Ik kocht het direct. "Wat is er heerlijker dan wegdromen over een land dat bestaat uit louter voedsel? Een land waar vissen zich geroosterd aan je voeten werpen, waar rivierbeddingen gevuld zijn met de heerlijkste wijnen en waar het altijd mooi weer is?" Zo'n tekst op het omslag kun je niet laten liggen. En het mooie is: Cocagne bestaat helemaal niet, heeft nooit bestaan, is een denkbeeldige geografische aanduiding van een verzonnen land.
Intrigerende tekst. Ik lees: "De vlucht naar paradijs, gouden tijd, Cocagne dan wel Luilekkerland is elke cultuur en tijd eigen. Steeds geven droomoorden antwoorden op de particuliere verlangens en idealen die de scheppers ervan in beweging zetten. Dat kan ook in de huidige wereld nog aanleiding geven tot bizarre uitwassen. Onder de Palestijnse martelaren en hun familieleden die in Israel verantwoordelijk zijn voor zelfmoordaanslagen, heerst het vurig beleden geloof dat de daders zonder omwegen of voorbehoud in het moslimparadijs zullen belanden. 'Daar eet mijn vader nu bananen en appels,' zegt een vijfjarig zoontje over zijn geexplodeerde vader. (...) Naast gouden tijden en gelukzalige eilanden zou reeds de Griekse oudheid een eigen Cocagne hebben gekend." Sterker nog zijn de banden met het moslimparadijs, aldus Pleij, "dat vanaf de kruistochten niet meer weg te denken valt uit berichten over het hiernamaals, liefdestuinen en kruidenhofjes."
Wie dacht dat het visioen van Luilekkerland uit ons westerse geheugen was gegrift, heeft het mis. Op het eind van het dikke boek komt de actualiteit pas werkelijk om de hoek kijken: "Cocagne is nu aan te treffen in een bonte verzameling vakantieoorden en supermarkten, die elk gewenst Cocagne op maat leveren." Zo is het. Maar het is wel een verlies. Zou de westerse mens daarom zo ontevreden zijn? De PlantageGelezen in 'The Coffee Trader'' (2003) van David Liss:
Rohit Aggarwala, de directeur Long Term Planning and Sustainability van New York City, verwees me naar het boek. Kennelijk had hij het gelezen als voorbereiding op zijn bezoek aan Amsterdam. ''The Coffee Trader'' van David Liss. Ik lees het nu, tussen de bedrijven door. Het is een historische roman die zich afspeelt in het zeventiende eeuwse Amsterdam, om precikes te zijn in 1659. Hoofdpersoon is de Portugese jood Miguel Lienzo die in de koffiehandel stapt. Tussen de bedrijven door kom je veel te weten over het dagelijks leven in de toenmalige metropool aan de Zuiderzee. Ik ben nog maar op bladzijde 58, maar de passage over de Plantage vind ik nu al de moeite waard. Liss beschrijft hier de vrijstaat zoals je hem zou wensen - een soort Cocagne: "...the Plantage, which stretched out east of the Vlooienburg, endless walks cutting through sculpted gardens. Square paths crisscrossed walkways, peopled with the high and the low alike. The burgomasters had ruled that no permanent buildings might stand on its verdant grounds, so all structures here were made of wood, ready to be taken apart should the city so decree. On pleasand evenings, the Plantage became a garden of delight for those who had the coin and the inclination. Strollers could walk among bands of fiddlers and fife players. On the well-lighted paths, entrepreneurs had set up tables and poured beer and served sausage or herring or cheese; in houses hardly more than huts, a man could buy delicacies of a more human kind."
De Plantagebuurt is totaal veranderd en lijkt in geen enkel opzicht meer op deze beschrijving van het paradijs. Maar je zou zeggen dat de Sloterplas anno 2009 vergelijkbaar zou moeten zijn: een multiculturele lusthof binnen de contouren van de grote stad. B+B hebben iets dergelijks ontworpen voor de Architectuurbiennale. Ik ben benieuwd of mensen dat een aantrekkelijk perspectief voor dit gebied zullen vinden. We zullen het eind september zien. In de Tolhuistuin. June 22 VeerkrachtGelezen in NRC Handelsblad van 29 mei 2009:
Sommige boodschappen zijn onwelkom. Heleen Mees wijst er in 'The World's Next Supermodel' op dat de huidige crisis vooral Europa en Japan treft. De recessie zal er naar verwachting langer en dieper zijn dan in de VS. Daarmee weerspreekt ze al diegenen die het graag hebben over de 'dempende werking' van de Europese verzorgingsstaatmodel, dat de gevolgen van de crisis op het Europese continent milder maakt en beter te verdragen. Nee, stelt Mees, "bij een krimpende economie zal de staatsschuld in de verschillende lidstaten van de EU als gevolg van het zogenaamde noemereffect snel kunnen oplopen; de staatssteun wordt immers uitgedrukt als percentage van het bruto nationaal product. Als de Amerikaanse economie weer gaat groeien, gebeurt daar precies het tegenovergestelde." Volgens haar bewijst de crisis dat de Amerikaanse economie veerkrachtiger is dan die van Europa en Japan bij elkaar. "Het is slechts een tussenstand, maar vooralsnog is het Amerikaanse kapitalisme - met een aanpassing hier en daar - opnieuw 's werelds volgende supermodel."
Wat de feiten betreft geef ik Heleen Mees vooralsnog gelijk: Amerika reageert veerkrachtiger. Maar of dat komt door het superieure Amerikaanse economische model weet ik niet. Daar liggen volgens mij andere factoren aan ten grondslag - factoren die veel bepalender zijn. De Europese en Japanse bevolking krimpt, die van Amerika niet. Dat komt door immigratie: in Europa en Japan ontbreekt die, in Amerika houdt hij aan. De Europese en Japanse steden groeien daardoor nauwelijks meer, terwijl in Amerika nog hele verstedelijkingszones worden gevormd door samentrekkende bevolkingsgroepen. Stedelijke dynamiek als gevolg van immigratie en een cultuur van openheid en tolerantie is uiteindelijk bepalender voor de veerkracht van een nationale economie dan haar monetaire of fiscale politiek. Ontbreekt de stedelijke dynamiek, dan kan de recessie erg lang duren. De beste bestrijding van de huidige crisis, kortom, is investeren in grootstedelijke dynamiek, in openheid en in weloverwogen immigratie. June 21 Strategische tolerantieGelezen in De Volkskrant van 30 mei 2009:
Ze heet Amy Chua. Ze is Chinese en hoogleraar rechten aan Yale University, USA. Ze schreef een boek, getiteld 'Wereldrijk voor een dag'. Ze was in Nederland om haar boek te promoten. In genoemde boek beweert ze dat tolerantie en vrijheid steeds tot grote welvaart hebben geleid, niet een groot leger, veroveringen, macht. Ze gelooft ook niet dat China of India of Brazilië grote welvaartstaten zijn of worden. De USA blijft superieur - niet vanwege haar leger, maar vanwege haar grote openheid. Chua en haar ouders zijn er zelf het product van. Zij emigreerden van China naar Amerika en denken er niet over om terug te keren naar hun vaderland. Ze hebben het in Amerika ver geschopt. "Laten we reëel blijven. In de Aziatische landen leeft 80 procent van de bevolking nog van minder dan twee dollar per dag. Kijk eens naar het probleem van schoon water in India en je weet dat dat land nog niet in de buurt komt van de welvaart in de VS. Denk aan de diepgewortelde corruptie, aan de milieurampen die zich daar voltrekken, aan het oprukkende fundamentalisme, ook onder de hindoes in India." Haar relativering doet denken aan de opmerking van Paul Krugman dat het geloof in het Chinese wonder sterk doet denken aan het ontzag voor de prestaties van de Sovjet Republiek eind jaren vijftig.
De wens van de USA om hypermacht te zijn en oorlogen te winnen, aldus Chua, doet afbreuk aan haar ongekende vermogen tot welvaartscreatie. Die welvaartscreatie valt alleen met openheid en tolerantie te bewerkstelligen. De VS doet er daaom goed aan 'strategisch tolerant' te zijn. Wat ze nog altijd overwegend is. Haar boek is slechts een waarschuwing. "In de VS hebben we het principe van strategische tolerantie beter begrepen dan in Europa."
Een uitstekende observatie van Chua Maar wel een die vertrekt vanuit de dominante rol van de natie-staat en die de rol van steden onderbelicht laat. Wie nauwkeuriger kijkt ziet open steden en gesloten steden, ook binnen hypermachten, en het zijn de open steden die floreren en die talent aan weten te trekken vanuit de hele wereld. Zij creëren welvaart, niet de staat waarin ze liggen. June 19 Grote sprong voorwaartsGezien tijdens MLA-presentatie op 17 juni 2009: Je managementopdracht uitvoeren in de vorm van een film, het is gewaagd. In de film 'Een grote sprong voorwaarts' interviewen de makers - vijf gemeenteambtenaren die de managementleergang Amsterdam volgen - mensen op straat over 'de kracht, het unieke van Amsterdam als metropool'. Ik zag de film in IJmuiden, in hotel Augusta, tijdens de afsluitende bijeenkomst. De film was knap gemaakt. Wat was dan die kracht, dat unieke volgens al die mensen op straat? Het ging volgens hen om 'vrijheid, kleinschaligheid'. Het ging om fietsen, om ramen, gevels, gezelligheid. De opgave, zei men, was het kleine met het grootschalige te verbinden. Ineens kwam daar Jan Wolff in beeld - de oud-directeur van het Muziekgebouw aan het IJ. Hij vergeleek Amsterdam met New York. Ik weet niet meer precies hoe hij het zei, maar New York stond voor hem voor het grootkapitaal, voor grootschaligheid, voor een hele grote maat. Amsterdam had dezelfde kwaliteiten, maar dan op een menselijke schaal. Zoiets. Ik dacht terug aan mijn laatste bezoek aan de Big Apple. Dat was in mei dit jaar. Opvallend vond ik toen de relaxte sfeer op straat, ondanks de grote dynamiek. De mensen waren zo ongelooflijk ontspannen in die krankzinnig overkokende metropool. Veel ontspannener dan in Amsterdam. Na terugkomst verlangde ik direct weer terug naar de Amerikaanse miljoenenstad aan de Hudson en vond ik Amsterdam aan het IJ allesbehalve gezellig, de mensen snel geïrriteerd, ontevreden, bozig. Misschien moet Amsterdam echt nog een maatje groter groeien voordat die zeurderige toon uit de stad verdwijnt. June 13 De wieg der vrijheidGelezen in 'Kleine geschiedenis van Amsterdam' (1995) van Geert Mak:
Soms moet je dingen herlezen. Als Geert Mak in 1995 het zeventiende eeuwse Amsterdam beschrijft, gebruikt hij zowaar het begrip 'metropool'. Amsterdam, schrijft hij, moet in die tijd "dezelfde aantrekkingskracht" hebben gehad "als New York in de onze." Hij doelt dan met name op de onstuimige bevolkingsgroei en de vele immigranten. "Amsterdam had zo de dynamiek gekregen van een stad van outsiders, van mensen die de middeleeuwen van zich afgeschud hadden, die innig verbonden waren met hun nieuwe stad, maar die ook hun banden met talloze steden en dorpen in Europa vasthielden, via een netwerk van brieven, handelscontacten, vriendschappen en familierelaties. Het was een stad van het hier en nu." Vervolgens noemt hij het zeventiende eeuwse Amsterdam de stad van de handel en het geld. "Het Amsterdam van de 'gouden' zeventiende eeuw was één grote geldmachine."
Even verderop duidt hij de omwenteling preciezer als hij de Franse historics Henri Mechoulan citeert: "Maar in de eerste plaats moet Amsterdam worden gezien als de wieg der vrijheid." Genua, Venetië en Antwerpen mochten dan evenzogrote handelssteden zijn geweest, "ze hebben nooit een omwenteling in het Europese bewustzijn teweeggebracht." Dat was uniek. Amsterdam noemden de Portugeze joden 'het Jerusalem van het Westen.' En ziedaar, John Locke, Baruch de Spinoza en René Descartes, ze proefden allemaal de vrijheid die de stadsstaat Amsterdam hen bood. "Zo ontstond paradoxaal genoeg juist na het wegroeien van de laatste middeleeuwse regenten, een stad waarbinnen alsnog de utopie van de middeleeuwer werd gerealiseerd: de veilige, omsloten plek, waar de niet-stedeling zijn juk eindelijk kon afleggen." Zichzelf regerenGelezen in 'Het stadspaleis' (1997) van Geert Mak: Vandaag opent de koningin haar herbouwde paleis op de Dam. Kosten noch moeite zijn gespaard om het oude stadhuis van Amsterdam weer koninklijke allure te geven. Ik sla Geert Mak er nog maar eens op na. Hij wijst op het unieke concept van het zeventiende eeuwse raadhuis, dat alle bestuursfuncties van de toenmalige 'superstad Amsterdam' verenigde. "Dat had te maken met de toenmalige bestuursfilosofie, die nog helemaal gebaseerd was op de zogenaamde nachtwakersstaat, een simpele staatsvorm die alleen voorzag in de meest elementaire basisvoorzieningen. Belangrijke activiteiten van de huidige verzorgingsstaat - bijvoorbeeld de zorg voor ouderen, zieken en armen - lagen bij de Kerken, en voor de rest ging men ervan uit dat de stad zichzelf regeerde. De overheid diende alleen in te grijpen als iets misging - bijvoorbeeld als kinderen opeens ouderloos rondliepen, of als er ruzie ontstond - bijvoorbeeld in de Krakeelkamer." Veel functies waren bovendien geprivatiseerd, voegt Mak daaraan toe. "Dat scheelde de stad een fors administratiekantoor." Gek. We lezen hier de tijdgeest van 1997. Mak projecteert het neoliberale klimaat van de jaren 90 van de twintigste eeuw op het zeventiende eeuwse Amsterdam. Maar het is wel een fascinerend idee: een stad die zichzelf regeert, met een simpele staatsvorm die veel ruimte geeft aan burgers. June 12 CrisiskaartGelezen op 'Woningmarktcrisis op kaart' van 11 juni 2009:
Jan Kadijk van het NIROV vertelde me er al over. Gisteren is tijdens de Nationale Bouwcrisisconferentie in Amersfoort dan eindelijk de zogenaamde 'crisiskaart' gepresenteerd. Afzender is de stichting Nieuwe Kaart van Nederland. De kaart laat zien waar in Nederland de huizenverkoop is stilgevallen en waar (nog) niet. Er heeft een meting in het eerste kwartaal van 2008 plaatsgevonden en een meting in het eerste kwartaal van 2009. Knalrood zijn in beide kaarten de gebieden aangegeven die veel transacties kennen met hoge prijzen, groen zijn de gebieden met weinig transacties en lage prijzen. Een verschilkaart toont in donkerblauw waar de daling het sterkst is.
Wat blijkt? Het patroon is redelijk stabiel. In en rond Amsterdam is alles rood. De noordelijke provincies, Limburg, Zeeland en de Kop van Noord-Holland zijn groen. Ook Rijnmond en Den Haag zijn groen. En Almere: ook groen. Opvallend is de rode kleur van Midden-Brabant. Eigenlijk is de hele A2-corridor tussen Amsterdam en Eindhoven rood, met een uitwaaiering naar de Veluwe tot aan Apeldoorn toe.
Dit patroon kenden we al langer: in het rode gebied groeit de economie, in de groene gebieden is de economische groei al jaren veel minder. Het patroon correspondeert ook met de demografische krimpkaarten van het Ruimtelijk Planbureau. Demografie en economie doen hun werk, ook in tijden van crisis. Of moet ik zeggen: juist in tijden van crisis. June 09 Imploderende stedenGehoord in het Muziekgebouw aan het IJ op 7 juni 2009:
Na Rem Koolhaas was Winy Maas dit jaar de architect die sprak op het Holland Festival. Op zichzelf viel het in deze ontwerper te prijzen dat hij niet zelf het woord nam, maar vier gasten aan tafel nodigde met wie hij in gesprek ging over 'de stad van de toekomst': Cramer, Bakas, Duivesteijn en Das. De architect zat op de stoel van Matthijs van Nieuwkerk, onder het toeziend ook van Felix Rottenberg achterin de zaal. In plaats van een serieuze lezing kregen we een televisieshow - prime time amusement.
Jammer dat hierdoor de boodschap van een getalenteerd bureau als MVRDV niet over het voetlicht kwam. En helemaal jammer dat het gesprek aan tafel niet over 'de stad van de toekomst' bleek te gaan, maar over de ruimtelijke ordening van Nederland. Terwijl Maas filmpjes liet zien van imploderende steden, reutelden de gasten aan tafel gezellig over windmolens, varkens, huisjes, auto's en duurzaamheid. In plaats van over grotestadsproblematiek had men het over bouwen in Almere. Erger, de wethouder van Almere aan tafel voer uit tegen de grote stad Amsterdam met wie hij een zogenaamde 'dubbelstad' vormt. Hij vond het Oostelijk Havengebied en IJburg maar niks, zei hij. Wat een genant gedrag is dat. Maar los daarvan, na de teleurstellende lezing van Adriaan Geuze in het programma 'Amsterdam-New York' weigerde opnieuw een belangrijke smaakmaker in het Nederlandse ruimtelijke debat om de agenda grootstedelijk te maken. Ik stond op het punt om, net als vele anderen, de zaal via de achterdeur vroegtijdig te verlaten. Het begint op straatGelezen in Het Parool van 27 maart 2009: Zomaar een oude krant opgediept. De kop van het artikel: 'Mode begint in Londen op straat'. Het is een vooraankondiging van een documentaire op Nederland 3, Trendspotting geheten. Die heb ik natuurlijk weer gemist. Hij ging over de modescene in Londen. In Londen? Het was toch Parijs? Suzy Menkes, invloedrijk modejournalist van The International Herald Tribune, verklaart: "Ontwerpers uit Londen zijn zo succesvol omdat ze weten wat er speelt. Ze zijn jong, ze hebben voeling met de straat." De straat? "Natuurlijk begint het allemaal op straat. Bijna nergens ter wereld gaan de mensen zo divers gekleed als in Londen. Verschillende gympen worden achteloos tegelijkertijd gedragen, panty's hebben luipaardprintjes in roze en paars, onder opgerolde broeken prijken nerdy schoenen en opvallend veel jongeren dragen een bril met opzichtig zwart montuur - ook wel de 'kijk-mij-ik-ben-een-designer-bril' genoemd." Dat zal best, maar hoe krijg je dan succesvolle ontwerpers? Hillary Alexander van The Daily Telegraph: "In Londen hangt een bepaalde vrijheid. Ontwerpers leren hier om volgens hun eigen patroon te denken en zich niet direct aan de industrie te conformeren. Zo zijn mensen als Alexander McQueen, John Galliano en Hussein Chalayan groot geworden." Vrijheid dus. Vrijheid op straat. En diveristeit. De grootst mogelijke diversiteit. June 06 Politieke geografie IIDe enorme opmars van de PVV in de Europese verkiezingen van afgelopen donderdag kan je regionaal toeschrijven aan kosmopolitisme (geringe aanhang) versus nationalisme (grote aanhang; zie vorige blog-item), of open (gering) versus gesloten (groot). Maar er is ook nog een diepere verklaring denkbaar.
In NRC Handelsblad trof ik op de voorpagina een kaartje van Nederland aan met daarop de herkomst van de PVV-aanhang. Wat daarin opvalt is de treffende gelijkenis met de recente kaarten van het Ruimtelijk Planbureau van de demografische krimpgebieden binnen Nederland (periode 1995-2005). Waar won Wilders? In Oost-Groningen, de zuidkant van de Achterhoek, Zuid-Limburg, Zeeuws Vlaanderen, West-Brabant, Rijnmond, delen van het op slot gezette Groene Hart, de Kop van Noord-Holland. Het klopt niet helemaal, want ook in de suburbane groeigebieden rond Amsterdam won de PVV fors, maar volgens mij is er geen krimpgebied in Nederland ontkomen aan de opmars van de PVV. Zou demografische krimp zich politiek uitbetalen in Nederland? Politieke geografieGelezen in Het Parool van 5 juni 2009:
Ook bij de vorige verkiezingen werd het patroon steeds duidelijker (zie mijn eerdere blog-items hierover). Politiek ontstaat er sinds Paars I een markante scheidslijn in Nederland tussen 'open steden' en 'gesloten steden'. Journalist Addie Schulte merkt het ook op op de voorpagina van het Parool. In de verkiezingen om het Europees Parlement van gisteren - waarbij het bij uitstek ging om de stemverhouding tussen voorstanders van een open samenleving en die van een gesloten samenleving - boekte de PVV landelijk een enorme winst. Daartegenover staat de groei van GroenLinks en D66. In Amsterdam stemde weliswaar 12,7 procent van de kiezers op de PVV, echter liefst 21,2 procent koos voor D66 en niet minder dan 20 procent voor GroenLinks. Die PVV-stemmers blijken overwegend te wonen in Nieuw-West en Noord. Lokaal loopt de scheidslijn scherp door de stad. Dat hoeft niet te verbazen. Regionaal loopt de scheidslijn precies over de grens tussen de kernstad enerzijds en de suburbane regiogemeenten w.o. Haarlemmermeer en Almere. Nog pregnanter loopt de scheidslijn door Nederland. Schulte: "In Rotterdam en Den Haag werd de PVV de grootste partij, in Utrecht en Amsterdam zijn D66 en GroenLinks de grootste. Dwars door de Randstad loopt de scheidslijn tussen de kosmopolitische, internationaal georiënteerde steden en de steden die het geloof in de multiculturele samenleving voor een groot deel hebben verloren." June 03 Darwin over vrijheidGelezen in 'Autobiographies' van Charles Darwin (2002, Penguin classics):
Nu ik toch de autobiografische aantekeningen van Charles Darwin uit de kast heb getrokken, valt mijn oog op een artikel uit 1879, getiteld 'Religious belief''. De oude Darwin overpeinst daarin zijn moeilijke verhouding tot het christelijke geloof. Zijn houding is genuanceerd, humaan en eigenlijk heel modern. Maar wel meedogenloos: "There seems to be no more design in the variability of organic beings and in the action of natural selection, than in the course which the wind blows."
Ronduit mooi, hoopvol en humaan vond ik zijn interpretatie van het verschijnsel van natuurlijke selectie, zeker ten aanzien van de mens. "Now an animal may be led to pursue that course of action which is the most beneficial to the species by suffering, such as pain, hunger, thirst, and fear - or by pleasure, as in eating and drinking and in the propagation of the species &c. or by both means combined, as in the search for food. But pain and suffering of any kind, if long continued, causes depression and lessens the power of action; yet is well adapted to make a creature guard itself against any great or sudden evil. Pleasurable sensations, on the other hand, may be long continued without any depressing effect; on the contrary they stimulate the whole system to increase action. Hence it has come to pass that most or all sentient beings have been developed in such a manner through natural selection, that pleasurable sensations serve as their habitual guides. We see this in the pleasure from exertion, even occasionally from great exertion of the body or the mind, - in the pleasure of our daily meals, and especially in the pleasure derived from sociability and from loving our families."
Dat er veel leed is in de wereld, betwijfelt Darwin niet. Maar plezier en genot zijn zeker zo belangrijk in het overleven en aanpassen van de mens aan zijn omgeving. Sterker, hoe meer plezier mensen met elkaar hebben, hoe groter hun kans op overleven. Aldus Darwin. IntuïtieGelezen in 'Autobiographies' van Charles Darwin (Penguin classics 2002):
Laatst hadden we het in klein gezelschap over de grote betekenis van intuïtie. Iemand merkte op dat Charles Darwin zijn 'Origin of Species' intuïtief, dat wil zeggen in zeer korte tijd en uit het hoofd, had geschreven. Ik zocht het thuis op. De originele tekst in de Penguin Classic, getiteld 'My several publications' uit 1876, van de hand van de meester zelf laat er inderdaad geen twijfel over bestaan. Darwin schreef zijn meesterwerk in precies dertien maanden en tien dagen. In november 1859 verscheen de eerste druk. De theorie over natuurlijke selectie had hij overigens al in 1839 ontwikkeld. Pas op aandringen van Lyell en Hooker begon hij in 1856 aan zijn 'Origin'. Het zat allemaal in zijn hoofd. Er was wel een kaartsysteem waarop hij in de loop der jaren alle tegenbewijs had verzameld. Daarvan maakte hij bij het schrijven dankbaar gebruik. Zo kon hij al zijn potentiële tegenstanders de wind uit de zeilen nemen. Want dat waren er vele. Niemand, maar dan ook niemand behalve Wallace geloofde in die tijd in de veranderlijkheid van soorten. En verder denkt hij achteraf dat het grote succes van 'Origin' vooral te danken was aan de omvang van het boek: niet te dun en niet te dik. Artikelen, schrijft hij, maken onvoldoende indruk, hele dikke boekwerken worden niet gelezen.
Dus was het intuïtief wat Darwin deed? Ja en nee. Hij had een theorie, hij dacht twintig jaar lang na, hij verzamelde alle mogelijke tegenbewijs, hij schreef het in een paar maanden allemaal op, vloeiend, zelfverzekerd. Maar om dat laatste nu intuïtief te noemen, nee. De intuïtie zat vooral in het vinden van de theorie, niet zozeer in het schrijven. Hoe vond Darwin zijn theorie? Door het lezen van Malthus' meesterwerk, 'On population'. "I happened to read for amusement '''Malthus on population'', and being well prepared to appreciate the struggle for existence which everywhere goes on from long-continued observation of the habits of animals and plants, it at once struck me that under these circumstances favourable variations would tend to be preserved, and unfavourable ones to be destroyed. The result of this would be the formation of new species." Ineens begreep hij het. Dat is intuïtie.
Vanwaar deze interesse in intuïtie? De aanleiding is Spinoza, maar het oogmerk is iets anders. Een boek over de ruimtelijke ontwikkeling in de eenentwintigste eeuw moet er komen. Wie het gaat schrijven is nog onduidelijk. Zeker is dat dat schrijven van dat boek zal beginnen met een intuïtief aangevoeld idee, een theorie. Over demografie. Over economie. En over stadsontwikkeling. Twintig jaar verzamelen van bewijsmateriaal kan natuurlijk altijd nog, maar beter in ons vak is achteraf gelijk krijgen. Dus blijft over: scherpe intuïtie en een ijzersterke theorie. June 02 We are also a democracyGelezen in ''Journey into Space'' (2009) van Toby Litt:
Het is de ''1984'' van de eenentwintigste eeuw. Niet dat de nieuwste roman van Toby Litt de stijl haalt van George Orwell''s meesterwerk, maar de roman geeft een indringende inkijk in de grote maatschappelijke vraagstukken van het begin van de eenentwintigste, net zoals ''1984'' inzicht gaf in de politiek-maatschappelijke realiteit van 1948.
Een honderdkoppige bemanning koerst in een ruimteschip naar een andere planeet. Niemand aan boord heeft de aarde nog meegemaakt, want de gehele bemanning is verwekt in de ruimte. Pas de volgende generatie zal de beoogde bestemming bereiken, dus al diegenen die aan boord leven, leven in de ruimte, tussen twee werelden in.
En wat doet die bemanning? Een tweetal - een soort Adam en Eva - probeert zich een voorstelling te maken van de aarde. Ze beschrijven gras, aarde, bomen, lucht, onweer. Bijzonder knap hoe Litt hiermee onze dagelijkse werkelijkheid magisch weet te maken. Dat doet hij op het eind van de roman nog een keer, wanneer Three probeert een boom op te kweken in het ruimteschip omdat ze zwarte inkt wil maken. En zwarte inkt verkrijg je alleen via een boom, een aantal galnoten, maretakken etc.
Hoe vrij is de bemanning? Niet vrij dus. Er is een commander-in-chief. Er zijn regels. Veel gebeurt in het geheim. Het is een echte samenleving die regels stelt en die als een democratie dan weer het een, dan weer het ander verbiedt. En als het bericht arriveert dat de mensen op aarde de wereld te gronde hebben gericht - diezelfde wereld die sommigen aan boord zo wanhopig hebben bewonderd -, dan besluit men eenstemming om de koers van het ruimteschip te verleggen, terug naar de aarde. Echter, op het moment dat het de aarde nadert, besluit deze democratische gemeenschap om ook het laatste restje menselijkheid op te geven. In plaats van de aarde te redden, kiest men voor definitieve vernietiging. Of was het een religieuze dictator - the Nephew - die de hele bemanning in de ban had? Hij had contact met de overlevenden op aarde, maar hij liet ze in de waan dat het ruimteschip ze kwam redden. "The Nephew has to pretend to be maintaining a very ceremonial approach to communication, in which replies have to be pondered for several hours, during which time they are drafted and redrafted, submitted to committees and subcommittees. "We are also a democracy, you see,' he says. Not realizing that this, in itself, as well as being mildly insulting, might offer the earthlings the clue they need."
Een meedogenloos boek. |
||||
|
|